Warmtepomp te duur? Deze alternatieven verlagen vandaag al je uitstoot

De overheid blijft aandringen op elektrisch verwarmen met een warmtepomp. Maar voor veel Belgische gezinnen in een oudere woning blijkt die sprong veel te groot. En dus blijft de oude, vervuilende ketel gewoon draaien. Nochtans bestaan er haalbare tussenoplossingen die je uitstoot aanzienlijk verlagen, zonder ingrijpende verbouwingen.

Angst voor de factuur remt de energietransitie af

De overheid wil de Belgische woningen snel laten overschakelen naar duurzamere verwarming om de uitstoot in ons land te doen dalen. Maar uit recent onderzoek bij meer dan 1.800 Belgen in opdracht van Antargaz, een van de belangrijkste energieleveranciers in de Benelux, blijkt dat amper 17% van de huishoudens overweegt om binnen de komende vijf jaar een ander, duurzamer verwarmingssysteem te plaatsen. De rest wacht af. Door onduidelijke regels, wisselende premies en een te hoog prijskaartje houden mensen vast aan hun oude verwarmingsketel. Zo groeit de kloof tussen de ambities van de overheid en de realiteit in de straat.

Een warmtepomp vereist het juiste huis

Een warmtepomp haalt warmte uit de buitenlucht of uit de bodem en brengt die op temperatuur met elektriciteit. In een goed geïsoleerde woning met een goed EPC-label werkt dat uitstekend. Lage aanvoertemperaturen volstaan, het rendement blijft hoog en je factuur blijft beheersbaar.

Maar zet je datzelfde toestel in een oudere woning met eenvoudig dubbel glas, koude muren en een minder goed geïsoleerd dak? Dan draait de pomp voortdurend op volle kracht. Je verbruik loopt op en je huis raakt amper warm.

Vooraleer je een warmtepomp plaatst, moet je dus eerst het dak, de muren, de ramen en de vloer isoleren. Reken daarbij nog eens grotere radiatoren of vloerverwarming, want een warmtepomp geeft zijn warmte af op lage temperatuur. Al die ingrepen kosten tijd en geld, dus spreiden veel gezinnen ze over jaren. En intussen blijft de oude ketel draaien. Zo verwarmt vandaag nog 33% van de Belgische gezinnen volledig of gedeeltelijk met stookolie.

Propaan, het slimme alternatief voor stookolie

Propaangas gebruikt een gewone ketel en verwarmt je huidige radiatoren. Per kWh stoot propaan 15% minder CO2 uit dan mazout. Je kunt er ook mee koken en je sanitair water verwarmen.

En toch zie je de propaanpiste haast nooit staan op energievergelijkers. Onterecht, want de overstap is relatief eenvoudig:

Beperkte werken

Je vervangt de ketel en plaatst een tank. Je leidingen vanaf de ketel en radiatoren blijven liggen.

Lagere investering

De kostprijs blijft ver onder die van een volledige elektrificatie met vloerverwarming.

Schone verbranding

Propaan brengt geen roet, geen zwavel en geen geurhinder met zich mee.

Duurzaam biopropaan

Wie nog een duurzame stap verder wil, kiest voor biopropaan. Dat gas is chemisch identiek aan fossiel propaan en kan dus ook in dezelfde ketels, tank en leidingen.

Het duurzame verschil schuilt in de grondstof: biopropaan komt uit plantaardige oliën en afvalstromen. Dat productieproces drukt de CO2-uitstoot tot 80% lager dan die van mazout. Voor een klassieke woning is dat een forse sprong voor een beperkte ingreep.

Geleidelijke werken, gespreid budget

In plaats van vandaag alle grote en dure werken in één keer uit te voeren voor een warmtepomp, kan je dus ook perfect vandaag al een propaanketel plaatsen en later overschakelen op biopropaan, terwijl je op je eigen tempo en in functie van je budget je huis isoleert.

Staat je woning binnen tien jaar helemaal strak in het isolatiepak? Dan komt een warmtepomp alsnog in beeld, op een moment dat jij en je huis er echt klaar voor zijn.

Elke stap telt

De energietransitie dreigt met de huidige aanpak op twee snelheden te lopen. Goed geïsoleerde woningen nemen de horde vlot. Maar oudere woningen blijven nog jarenlang op stookolie draaien.

Dat scenario moeten we vermijden. Wie nu van mazout naar propaan of biopropaan gaat, verlaagt zijn uitstoot onmiddellijk en houdt de deur open voor elke volgende stap. Bekijk je verwarming dus als een traject in fases. De eerste stap kun je vandaag al zetten.

Bron: batibouw connect